);

Zondag 6 juni 2021

Vandaag vierde onze orde haar heilige stichter, de H. Norbertus. In dit jubileumjaar kreeg deze viering een bijzondere kleur, ook al werd de liturgie nog achter gesloten deuren gevierd. Hopelijk de laatste zondag dat dit zo moet gebeuren.

Op dit hoogfeest hield abt Jeroen de volgende homilie:

De bikkelharde talentenparabel schrijft Mattheus voor zijn wat futloze kerkgemeente…Zijn motief: lome christenen weer op gang trekken met een onrustwekkend verhaal.

Want mensen, ook geprofesten in het Godgewijde leven, bekeren zich niet graag … en toch verwacht de Heer van ZIJN talenten in ons leven de veelvoudige vruchten.

Een kloostergemeenschap is meer dan de som van natuurlijke talenten en persoonlijke begaafdheden…Van dit soort bekwaamheden wordt in de parabel zelfs geen gewag of afrekening gemaakt. 

Hier gaat het om het gratuïte vertrouwen dat een rijk man in zijn dienaars stelt en hen een deel van zijn vermogen in beheer toevertrouwd. Een talent: goed voor een goudwaarde van 32 kg. Het gaat dus om een heel groot vertrouwen dat God in u en in mij en in elke christen stelt wanneer hij ons de schat van zijn Woord toevertrouwd, ieder naar zijn bekwaamheid. Vragen ook wij eerst zoals Vader Norbertus: ‘Heer, wat wilt Gij dat ik doe?’? Of hebben wij ons eigen agenda voor de Heer al lang klaar?

S. Norbertus zocht naar verdieping en evangelisering van het Godgewijde leven en het leven van de kerk van zijn dagen: in de Handelingen stond het al in een notedop beschreven: gemeenschap van goederen, dagelijks eensgezind gebed en breken van het Brood, in eenvoud van hart de maaltijd delen…Jezus navolgen, heel dicht bij: de arme Jezus achterna en het evangelie zonder glossen: hij noemde het vita apostolica, geautoriseerd door een regelgeving van Vader Augustinus.

Geen zending, geen missie zonder geleefde navolging van de Heer Jezus. De kwaliteit van de missie is nauw gelenkt aan de kwaliteit van de navolging. De vita apostolica bedoelt altijd: de Heer Jezus als Leidsman te nemen en zijn Kerk te dienen.

Een talent dat wij hebben ontvangen, of zelfs twee of drie of 10… dat moet de goede vruchten voortbrengen. Mattheus spreekt hierover in woorden van ‘trouw en lui’, niet als kwaliteiten van onze arbeid, maar ‘trouw en lui’ als gelovig en kleingelovig. Kleingelovigheid verbergt angstig de verkondiging van het Evangelie en de belijdenis van Christus. Het toevertrouwde talent blijft vruchteloos als een steriel erfgoed. Kleingelovig is Mattheaans te weinig en beduidend een onvoldoende. Ons is meer gevraagd en hebben wij dat meer ook niet beloofd in professie en wijding.

Zouden wij Gods groot vertrouwen in ieder van ons en ons allen samen durven beschamen? Is 9 eeuwen niet een uitdagend moment, een keerpunt, een vernieuwde missie en nieuwe visie van norbertijnse flexibiliteit voor evangelische vitaliteit. Samen op weg naar God tussen de mensen. ‘Heer, wat wilt Gij dat ik… dat wij doen? ‘  Amen.