);

Maandag 20 april 2020

Vandaag hielden we de uitvaartliturgie voor cfr. Hildebrand Octaaf Verhagen die op zaterdag 11 april en reeds op woensdag 15 april begraven werd.

Vader Maurice Verhagen was werkzaam als militair en verbleef samen met zijn echtgenote Louise De Langhe in het bezette Duitsland van na de eerste wereldoorlog. De familie mocht zich te Duisberg verheugen in de geboorte van een zoontje op 3 mei 1923. Octaaf werd gekerstend op 8 mei 1923 in de O.-L.-Vrouwkerk te Duisburg door legeraalmoezenier J. De Lescluze en groeide verder op als enig kind.

Hij ontving het H. Vormsel op 11 juni 1933 uit handen van kardinaal J. Van Roey in het Aartsbisschoppelijk Sint-Jan Berchmanscollege te Antwerpen.

Als 17-jarige studeerde Octaaf aldaar af in de Grieks-Latijnse humaniora op 15 juli 1939. Hij wilde ingangsexamen doen aan de Koninklijke Militaire School maar deze werd gesloten door de bezetter. Bij de Duitse inval in mei 1940 werd hij verplicht te vluchten naar Zuid-Frankrijk. Zo bleef hij uit de handen van de bezetter en kon men hem tevens een intensieve militaire opleiding geven. Na de capitulatie van koning Leopold III op 28 mei 1940 kon Octaaf terugkeren. Hij deed ingangsexamen voor burgerlijk ingenieur aan de Katholieke Universiteit te Leuven en verkreeg op 5 oktober 1940, toelating om de studies aan te vatten.

Groepsfoto van studentenpraesesen faculteitskringen van de KUL 1944-45

Octaaf studeerde af als burgerlijk werktuigkundig ingenieur op 27 augustus 1945. Op zijn diploma staat bijgeschreven dat hij bijkomend examen aflegde “over vraagstukken over godsdienstwetenschappen”. Ondertussen behaalde Octaaf op 20 december 1944 een baccalaureaat in de wijsbegeerte.

In de nadagen van de 2de wereldoorlog trad Octaaf binnen in de abdij van Tongerlo en ontving van prelaat Emiel Stalmans op 13 oktober 1945 het ordeshabijt en de kloosternaam Hildebrand en verbond zich op 15 september 1947 met onze gemeenschap door professie. Gezien hij al filosofie had gestudeerd, werd hij reeds op 15 januari 1948 benoemd tot succentor. Een typisch woord van cfr. Hildebrand bleef bewaard bij een confrater onder het samen zingen van een moeilijkere tractus tijdens de liturgie: “Gaat u nu maar alleen verder, dan blijven wij het beste samen”. Na zijn theologische studies, en plechtige professie op 11 juli 1950 werd hij op minder dan één maand tijd tot subdiaken (23.7.1950), tot diaken (25.7.1950) en tot priester (6.8.1950) gewijd door missiebisschop Carolus Amandus Vanuytven, Apostolisch Vicaris van Buta in Congo.

In oktober 1951 startte cfr. Hildebrand de doceeropdracht filosofie voor zijn jongere confraters in opleiding, met uitbreiding van de cursus sociologie per 15 september 1953. Ondertussen was hij aangeduid als kerkelijk moderator voor het werk van de Katholieke  Vlaamse Volkskunstfederatie in 1951 en proost van het Werk van de Middenstand in juli 1952. Met dispensatie van Rome voor zijn ‘jonge’ leeftijd werd hij door prelaat Stalmans benoemd tot geprofestenmeester op 9 januari 1953.

Op 1 augustus 1957 werd hij leraar wiskunde en algemene en toegepaste mechanica aan het pas opgerichte Hoger Instituut der Kempen (HIK) te Geel. Tevens nam hij als afdelingshoofd de dagelijkse leiding van de Bijzondere School voor Technische Ingenieurs voor zijn rekening. Omdat kardinaal Van Roey op zoek was naar een zeldzame en toen noodzakelijke combinatie priester-burgerlijk ingenieur voor de directeursfunctie werd prelaat Boel gevraagd om confrater Verhagen beschikbaar te stellen. Met ingang van 18 augustus 1959 werd confrater H.O. Verhagen benoemd tot directeur van  het Technisch Instituut Sint-Jozef en het Hoger Instituut der Kempen. In 1962 was directeur Verhagen oprichter en voorzitter van het Mechanografisch Instituut van de Kempen (MIK). Hij had een bijzondere zorg voor de socio-economische ontwikkeling van de Kempen.

Kanunnik ir. Verhagen werd omschreven “als een enigszins atypische directeur die met zachte hand, zeker niet autoritair, en met veel empathie voor de noden van zijn personeel en studenten, zijn school leidde. Zijn grote verdienste lag ook in het feit dat hij erin slaagde om door zijn intelligentie en persoonlijkheid op korte tijd grote uitstraling te geven aan de eerste Hogeschool van de Kempen”.

Op 31 januari 1968 schreef hij aan prelaat Boel:”…reeds als novice werd ik aangetrokken door enerzijds het karthuizerleven en anderzijds het missionarisleven”. Hoe langer hoe meer vond confrater Octaaf het niet meer wenselijk om als priester de veeleisende directeursfunctie waar te nemen. Daarom vroeg directeur Verhagen ontslag in 1972. “Derhalve,…meen ik  te moeten terugkeren tot de dringende functie van luisterbereidheid van de stilte van God als antwoord op de verdrongen vragen en diepste noden van velen”.

Confrater Hildebrand begon een cursus aan het Collegium pro America Latina in Leuven als voorbereiding om zijn confraters te vervoegen die in het Spaanssprekende Chili werkzaam waren. Ondertussen nam hij gedeeltelijk de taak van koster van de abdijkerk op zich en ging hij op zon- en feestdagen op pastorale assistentie in de kapel van de Lusthoven te Arendonk.

Op 12 mei 1977 werd hij gezonden naar Chiguayante waar een groep confraters  pastoraal werkzaam was in de grote parochie van San Pablo, in de schaduw van Concepcion, de tweede grootste stad van Chili.

In 1978 werd hij professor aan de Katholieke Universiteit van Talcahuano en in 1979 ook professor aan het priesterseminarie van Concepcion. Tevens was hij pastoraal werkzaam in de 13 kapellen en geloofsgemeenschappen van de parochie van San Pablo.

Om het werk van de confraters te bestendigen werd geopteerd om Chileense jongeren te laten intreden in de plaatselijke norbertijnse gemeenschap. In 1979 werd confrater Octaaf benoemd tot novicen- en geprofestenmeester. In de negentiger jaren zette hij een tijdlang mee zijn schouders onder de oprichting van het Monasterio Premonstratense in Requinoa. Hij was ook meerdere jaren reguliere overste.

Nog enige jaren verbleef hij in Chiguayante als gangmaker en behoeder van het gemeenschappelijk leven en het gemeenschappelijk gebed. Hij kwam, na 29 jaren verblijf in Chili, omwille van zijn leeftijd, op 22 maart 2006 , terug naar Tongerlo samen met confrater Jan Daems z.g.

Moeiteloos en opgewekt participeerde hij aan het Tongerlose conventsleven met een reflexieve geest en met een specifieke humor.

In 2011 werd zijn gezondheid minder goed. Hij noteerde op 31 augustus 2011: “Sterven is voor mij winst” leert ons St.-Paulus. Zonder reden uitstellen om bij de Heer te zijn is dus zeker niet aangewezen”… dit in het licht van een ingrijpende chirurgische ingreep.

Op 23 juli 2015 nam cfr. Octaaf zijn intrek in het Gemeenschapshuis Sint-Camillus te Antwerpen. Confrater Octaaf kon moeiteloos alleen zijn op zijn kamer, zonder enig gevoel van eenzaamheid. Rustig gingen de dagen en de jaren voorbij in ‘gelovig en sereen wachten’ op de grote ontmoeting.

Bij het begin van de Goede Week werd hij minder goed, en in de nacht van Stille Zaterdag mocht confrater Hildebrand Octaaf zijn Heer ontmoeten en met paasvreugde zijn leven laten kronen. Zijn leven was niet alleen verdienstelijk maar vooral gedienstig.

Op woensdag 15 april 2020, midden de paasoctaaf, begroeven wij biddend confrater Hildebrand Octaaf  Verhagen op het abdijkerkhof. Met groene palmen en de eerste meiklokjes hebben wij zegenend afscheid genomen. Voor hem vierden wij dankbaar de uitvaartliturgie in zijn abdijkerk op maandag 20 april 2020 in het gelovig vertrouwen op de verrijzenis en het eeuwig leven in Christus.