);

Enkel bij God vind ik mijn geluk.

We kwamen al tot een tussentijdse conclusie: niet in deze wereld voldoet aan de twee noodzakelijke voorwaarden voor het geluk. Geen enkele binnenwereldse werkelijkheid is tegelijkertijd onveranderlijk en onvergankelijk.Maar God is dat wel. Psalm 102,27-28 verbindt beide eigenschappen aan God: “Alles vergaat, maar Gij blijft bestaan [onvergankelijkheid], het zal als een kledingstuk eenmaal verslijten; dan wordt het verwisseld als een gewaad, maar Gij blijft dezelfde [onveranderlijkheid], uw tijd ken geen einde”.

En ook de apostel Jakobus schrijft: in God “is geen verandering of duisternis” (Jak. 1,17). God is steeds God. Hij is de eeuwige die altijd was, die altijd is en die altijd zal zijn. “Voordat de bergen geboren waren, voordat de aarde was voortgebracht, zijt Gij, God, van eeuwig tot eeuwig” (Ps. 90,2). God verandert ook niet. Hij is niet wispelturig. Hij is blijvend. En daarom kunnen we ook op Hem vertrouwen. “Wie is er God dan de Heer alleen, wie is ons een rots tenzij God? (Ps. 103,32)” “De trouw van de heer houdt in eeuwigheid stand” (Ps. 117,2)

eeuwig_leven (103) LR

Maar dat is niet voldoende. Om gelukkig te zijn, moeten we ook in het bezit kunnen komen van datgene dat ons geluk uitmaakt. zijn we in het bezit van God? Kunnen we in het bezit van God komen? Hier op aarde kunnen we God kennen en kunnen we reeds ten dele God bezitten. Maar het volle bezit van God bereiken we maar in het leven na de dood. Dan (pas) zullen we bij God zijn, Hem ten volle kunnen aanschouwen en volledig kunnen delen in het goddelijke leven. Het ‘gelukkig leven’ valt daarom samen met het ‘eeuwig leven’. Hier op aarde bestaat ons geluk in het verlangen naar God, in de hemel in het ‘bezitten’ van God.

Aldus de H. Augustinus: “Dit is nu het gelukkige leven: zich verheugen naar U, uit U en omwille van U: dat is het en niets anders. Wie echter menen dat het iets anders is, zijn op een andere vreugde uit en niet op die ene ware.” Psalm 37 drukt het als volgt uit: “Zoek uw geluk bij de Heer, Hij geeft wat uw hart begeert.”

eeuwig_leven (104) LR

Een andere conclusie die we hieraan kunnen verbinden is dat enkel wie in God gelooft dus echt gelukkig kan zijn. Want wie niet in God gelooft kan enkel leven met een tijdelijk, broos en kwetsbaar geluk. Wat dit teweeg brengt kunnen we vaststellen in elke samenleving waaruit God gebannen is. Mensen gaan op zoek naar de dagelijkse kick die hun leven een beetje geluk moet bijbrengen. Mensen verliezen zich in de zucht naar geld en lust. “Laten we eten en drinken, want morgen gaan we dood” (1 Kor. 15,32). Tegelijkertijd stijgt het aantal mensen met psychische problemen, burn-out, depressie, eenzaamheid… Ze verlangen naar euthanasie Hebben we nog zelfmoordcijfers nodig om dit te staven?

eeuwig_leven (108) LR

Mensen werken zich te pletter voor een onzekere toekomst. Ze hebben alles en voelen zich onvoldaan. Men gaat voortdurend op zoek naar iets anders en iets nieuws omdat de gelukswinst van het oude is uitgemolken: nieuwe kleren, nieuwe speeltjes, nieuwe job, nieuwe gsm, nieuw huis, nieuwe auto, nieuwe partner, een nieuwe uitdaging, ja soms uiteindelijk soms een heel nieuw leven. ‘Nieuw’ lijkt zo hip en trendy, maar het verraadt eigenlijk maar een rusteloos zoeken, een onbevredigd verlangen en een verloren geluk. Ook dit had Augustinus begrepen wanneer hij schrijft in zijn Belijdenissen: “Onrustig is ons hart, tot het rust vindt in U”.