De Zalige John Henry Newman

John Henry Newman was slechts kardinaal gedurende de laatste elf van zijn negentig levensjaren. Als bekeerling en controversieel figuur voelde hij dat op het einde van zijn leven het rode kardinaalshoedje van Leo XIII betekende dat “the cloud is lifted for ever” (de hemel is voor altijd opgeklaard). Zijn zaligverklaring op 19 september 2010 zal dit ook bevestigen in onze tijd

newman_LR (08)

Jeugdjaren en studies.

John Henry Newman werd geboren te Londen op 21 januari 1801, als eerste kind van zes in een burgerlijke familie. Van moeders kan leefde er in het gezin een vroomheid zoals die in de anglicaanse kerk werd beleefd; van vaders kant uit kende men er een ruimdenkendheid en brede culturele kennis. Zijn vader was een (onsuccesvol) bankier, en later een brouwer. Zijn moeder stierf in de periode toen er een groot misverstaan heerste over de positie van haar briljante zoon en zijn religieuze standpunt.

Als kostschoolstudent te Ealing reageerde hij tegen de oppervlakkigheid van de anglicaanse godsdienst. Hij werd sceptisch en sloot zich nauw aan bij het verlichtingsdenken van Paine, Hume & Voltaire. Zo schreef over de mogelijke sterfelijkheid van de ziel: “hoe vreselijk maar hoe aannemelijk”. Een dominee en leerkracht, die behoorde tot de ontluikende evangelische beweging binnen de anglicaanse kerk, ontfermt zich over hem. Het was het begin van een innerlijke omkeer. Als twijfelende jongeman ontmoette hij God op een nieuwe en persoonlijke manier. In het najaar van 1816 wordt hij in zijn denken bekeerd, en beseft ook dat hij ‘in bekering’ was. Het zal een voortdurend proces worden dat zal blijven voortduren tot in het hiernamaals. Newman kwam tot het inzicht dat hij in de aanwezigheid van God leefde, niet door een mystieke ervaring maar door herhaaldelijke nadenken en door volharding in de godsdienstoefening. Hij had een verantwoordelijkheidsgevoel in zijn zoeken naar de aanwezigheid van God. Men noemt dit het personalisme van Newman. Hij was nu in zijn eigen ogen een dienaar van Christus en dacht dat God hem ook riep tot een celibatair levenswijze, wat toen zeer ongewoon was in de anglicaanse kerk.
(Sommige anglicaanse missionarissen en academici waren tijdelijk celibatair door de omstandigheden, maar zeker niet uit een verlangen naar een godgewijd leven of vanuit een theologisch standpunt.)
From the portrait by Sir W. Ross

From the portrait by Sir W. Ross

Hij werd student te Oxford aan het Trinity College en daarnaar fellow (d.w.z. docent) van het prestigieuze Oriel College. Hij dacht eerst advocaat te worden maar werd uiteindelijk is in 1825 gewijd als priester in de anglicaanse kerk. Een wijding in Oxford betekende niet zozeer een geestelijke roeping maar was veeleer een gezagsinstrument en een toegangspoort tot een succesvolle studiebaan of carrière. Newmans roeping ontwikkelde echter verder naar een mateloze inzet in de zielzorg voor zijn studenten, interesse in parochiewerk, studie van de kerk vaders en ijver voor vernieuwing.
Dat maakt hem tot een merkwaardig en bijzonder figuur. Maar hij was niet alleen in zijn ideeën en wordt zo ongewild het hoofd van een nieuwe beweging: the Oxford movement.
newman_LR (11)

The Oxford Movement.

De beweging had geen echt bestuur. Het was een vriendenkring met een uitstraling via preken, vlugschriften en persoonlijke contact over heel het land.
De herontdekking van de vroege kerktradities botste met de hiërarchie en veroorzaakte een groot debat over de toekomstige plaats van de staatskerk in de (Engelse) samenleving. Hier situeert zich het begin van zijn theologische zoektocht over de kerk van Engeland.

Het was een langdurig maar vooral ook pijnlijk proces, want doen en laten van Newman wordt van publiek belang in het koninkrijk en de movement in de universiteit wordt gevaarlijk voor de gevestigde orde.

newman_LR (13)
Newman wilde door een kritische en intellectuele reflectie nadenken over op de fundamentele vragen van het geloof, maar tegelijkertijd ook oog hebben voor de religieuze waarheid en devotie.
Goddelijke waarheid moet een invloed hebben op onze eigen levenswijze, een waarachtig leven voor God, jezelf en je medemens welke wij moeten beoefenen binnen een spirituele praktijk. Nadenken verbinden met bidden. Studie plus devotie.
Hij pleit voor een evenwicht in deze spanning en hij zal zijn leven lang vechten tegen een vrijdenkerij (liberalisme) waarin godsdienst en rede van elkaar gescheiden worden.
newman_LR (02)
Zijn studie van de kerk geschiedenis maakte hem verliefd op de kerk van de eerste eeuwen. Hij blijft trouw aan het model van de vroege kerk en ontdekt zo doorheen zijn studie de onhoudbare positie van de kerk van Engeland.
Zijn overwegingen brachten hem tot het inzicht dat de kerk van de apostelen, de kerkvaders, gesticht en gefundeerd op Christus, nergens anders aanwezig was dan in de Katholieke Kerk en haar verbondenheid met de Heilige Stoel in Rome.
Christendom en de Rooms-katholieke Kerk waren fundamentele identiek.
newman_LR (10)

Bekering tot de Katholieke Kerk.

In 1845, 44 jaar oud, en na een lange periode van innerlijke strijd en onrust bekeerde hij zich tot de Katholieke Kerk in de handen van de zalige Dominik Barberi, paasionist, (en tevens de stichter van de passionisten in België).
Het was voor hem als het bereiken van een haven.

Gewijd als katholieke priester te Rome, stichtte hij de congregatie van het Oratorium van de Heilige Phillipus Neri in Birmingham, Noord Engeland.

philippus_neri_LR (01)
Hij zal ook later medestichter en de eerste Rector van de Katholieke Universiteit te Dublin in Ierland worden.
Toen hij zestig jaar oud was schrijft hij zijn belijdenis, de Apologia Pro Vita Sua (De Geschiedenis van mijn religieuze Denkbeelden).
Het boek kwam tot stand in tien wekelijkse afleveringen in reactie op een invloedrijke en bekende antikatholieke dominee Charles Kingsley. Hierin bevestigde Newman zijn eigen positie en deze van de fragiele katholieke minderheid in Engeland.
Op 12 mei 1879 ontving hij uit de handen van paus Leo XIII de kardinaalshoed
.
newman_LR (07)

Een profetsich denker.

Vandaag wordt Newman beschouwd als een van de belangrijkste kerkelijke figuren van de negentiende eeuw en hij verwerft een steeds grotere faam als theoloog, filosoof, docent, rector, parochiepriester, congregatiestichter en genie van de Engelse taal maar bovenal als zielzorger. Hij is een voorbeeld van vertrouwen op de Heer en en de Goddelijke Voorzienigheid. Zijn leven was overschaduwd door moeilijkheden, mislukkingen en misverstanden maar hij was zeker geen bekrompen of zelfzuchtige intellectueel die leefde in een ivoor toren. Hij verstond de noden van zijn tijd, hij verwees ook naar de werkelijkheid ‘buiten tijd en ruimte’, hij schonk geestelijke leiding aan talloze christenen en was bemind door rijk en arm gelijk. Hij predikt een eenvoudige boodschap: dat men het mogen op het eeuwige leven en het Evangelie diende te richten.
Newman was een profetische denker en hij voorspelde de huidige crisis in het christendom. Vanuit zijn interesse voor de geschiedenis van de theologie voelde hij aan dat er een tijd zou komen van een spanning tussen geloof en ongeloof in de samenleving. Newman had een afkeer voor een eng rationalistisch, exact wetensschappelijke, hoogverheven lof voor de zuiver ratio. Hij zag het belang in van een grotere rol van de leken in de kerk in de komende tijd van crisis en hechte daarom grote waarde aan katholiek onderwijs. Leken dienden hun geloof goed te kennen, maar ze moeten een vorming ontvangen die alleen academisch was maar ook een hulp kon zijn in de dagelijkse geloofsbeleving.

newman_LR (01)

Op weg naar de zaligverklaring.

Op 11 augustus 1890 overlijdt kardinaal Newman. Een eeuw later, in 1991, en na een grondig onderzoek en studie van zijn leven, schrijven en werken, verklaarde paus Johannes Paulus II Newman als Eerbiedwaardig.
Zalig verklaard worden betekent niet dat hij een buitengewoon en onberispelijk leven had gekend maar dat een leven van heldhaftige deugdzaamheid heeft geleid, ook al waren er fouten en zwakheden.

Grafplaat van Newman

Grafplaat van Newman

Deze formele herkenning van de paus had een goddelijke bevestiging nodig in de vorm van een wonder. Op 15 augustus 2001 werd in Marshfield, Boston (USA) een gehuwd permanent diaken en rechter, Jack Sullivan, onverklaarbaar genezen van een ernstige aandoening aan de ruggengraat. Ze vond plaats op het feest van de Tenhemelopneming van Maria toen Jack had gebeden voor een genezing op voorspraak van John Henry na een uitzending over Newman op de Katholieke zender EWTN.
In april 2008 werd het wonder bevestigd door een kerkelijke commissie van geneeskundigen die vaststelden dat er geen natuurlijke verklaring was voor de genezing. Later zal dezelfde commissie het wonder ook bevestigen na grondig theologisch kritisch onderzoek.
De Paus zal op 19 september John Henry Newman zalig verklaren in Cofton Park in Rednel, Birmingham tijdens zijn staatsbezoek aan het Verenigd Koninkrijk. Rednel ligt op een steenworp van het kerkhof van Newman en zijn medebroeders oratorianen. Na de zaligverklaring zal de Heilige Vader een privaat bezoek brengen aan het graf, en de allereerste pelgrim zijn aan het nieuwe heiligdom van de zalige John Henry.
newman_LR (12)

Gebed.

van de Eerbiedwaardige John Henry Kardinaal Newman (1801-1890), Oratoriaan
uit Meditaties en Godvruchtige Oefeningen vertaald door Prof. Dr. Aurelius Pompen O.F.M.,
God heeft mij geschapen om een bepaalde dienst voor Hem te verrichten; Hij heeft mij een werk opgedragen dat Hij niet aan een ander heeft opgedragen. Ik heb mijn zending – misschien zal ik die zending nooit in dit leven kennen, maar ik zal ze kennen na dit leven. I ben een schakel in een keten, ik sta in betrekking met andere personen. Hij heeft mij niet voor niets geschapen. Ik zal goed doen, ik zal zijn werk doen; verkondiger van de waarheid op mijn eigen plaats, zonder het te bedoelen, als ik zijn geboden maar onderhoud en Hem dien in mijn staat en stand.
Daarom zal ik Hem vertrouwen. Wat of waar ik ben, ik kan noot weggeworpen worden. Ben ik ziek dan kan mijn ziekte Hem dienen; ben ik in moeilijkheden dan kan mijn moeilijkheid Hem dienen; ben ik in smart dan kan mijn smart Hem dienen. Mijn ziekte, mijn moeilijkheden, mijn smarten zijn misschien noodzakelijke middelen voor een of ander groot doel dat niemand onzer kent. Hij doet niets tevergeefs; Hij kan mijn leven verlengen, Hij kan het verkorten; Hij weet wat Hij voorheeft. Hij kan mijn vrienden wegnemen. Hij kan mij tussen vreemden plaatsen, Hij kan mij vereenzaamd doen gevoelen, neerslachtig maken, de toekomst voor mij verborgen houden, – maar Hij weet wat Hij voorheeft. Amen.

newman_LR (04)