Het sacrament van verzoening (biecht)

In een vorige bijdrage over de zonde, hebben we stilgestaan bij de vraag of wij nog wel zondaars zijn en wat zonde dan wel is.
We hebben toen ook uiteengezet hoe Jezus, door zijn dood aan het kruis en zijn verrijzenis uit de dood, ons verlost heeft uit de greep en de macht van dood en zonde.
Die verlossing doet het fenomeen zonde echter niet verdwijnen uit ons leven. Wij zijn nog steeds tot zonde in staat en dus is er ook steeds nood aan zondervergeving en verzoening met God.
Hoe dat juist in elkaar zit, dat proberen uit de doeken te doen in deze bijdrage over het sacrament van de verzoening of de biecht.

zonde_04

Het begint allemaal bij ons doopsel …

Vooraleer we iets over het sacrament van de verzoening vertellen, moeten we toch eerst onder de aandacht brengen dat het doopsel het eerste en voornaamste sacrament van zondevergeving is. 

Bij ons doopsel worden onze zonden, letterlijk, weggewassen. Ons doopsel betekent de dood aan de zonde, en verwezenlijkt die ook. Want, in het doopsel hebben wij deel aan sterven en verrijzen van Jezus Christus. We worden ondergedompeld (sterven) in het water en verrijzen eruit als de “nieuwe” mens. We worden in het doopsel herboren en krijgen zo toegang tot het eeuwig leven na de dood.

De zonde waarover sprake is in het doopsel is de erfzonde en de persoonlijke zonden die we eventueel voorafgaand aan ons doopsel zouden hebben gedaan. Maar uiteraard blijft het zo dat wij ook na ons doopsel tot zondigen in staat blijven. Het witte kleed van ons doopsel wordt als het ware telkens weer door nieuwe zonden bevuild.

Het is over deze zonden, de zonden na ons doopsel, dat wij geoordeeld zullen worden na onze dood. God zal ons oordelen over al onze goede daden om ze te lonen, en over al onze kwade om ze te straffen.
Het is ook voor deze zonden dat wij vergeving en verzoening met God kunnen bekomen doorheen het sacrament van verzoening.

doop_01

De macht tot zondevergeving …..

Als Zoon van God beschikte Jezus over de macht tot zondevergeving. Dat lees je bijvoorbeeld heel duidelijk in het evangelie over de lamme (Matteüs 9,1-8):
Opdat ge zult weten dat de Mensenzoon macht heeft op aarde zonden te vergeven – en nu sprak hij tot de lamme-: Sta op, neem uw bed en ga naar huis.

De macht tot zondevergeving is door Jezus overgedragen aan zijn apostelen en hun opvolgers, de bisschoppen. Ook dat kunnen we lezen in het Nieuwe Testament:

Als jullie iemand zijn zonden vergeven, dan zijn zij ook vergeven; als jullie ze niet vergeven, dan blijven ze behouden. (Joh. 20,23)  

Met deze woorden gaf Jezus op paasavond de macht om zonden te vergeven aan de apostelen. Maar ook in Matteüs zegt Jezus aan Petrus:

Ik zal je de sleutels geven van het koninkrijk der hemelen, en wat je op aarde bindt zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn. (Mt. 16,19)

De priester deelt in het priesterschap van zijn bisschop. Bij hen kunnen (en moeten) we dus steeds terecht wanneer wij onze zonden willen belijden. Hij schenkt ons in naam van God vergeving en verzoening.
In het vervolg van deze bijdrage willen we je nu wat wegwijs helpen in het verloop van de biecht en wat er aan voorafgaat.

biecht_02

Voorbereiding op de biecht: het gewetensonderzoek

Het is altijd best om goed voorbereid het sacrament van de verzoening te ontvangen. Deze voorbereiding kan thuis gebeuren of in de kerk.

Je begint best met de aanroeping van de H. Geest opdat Hij je een helder inzicht zou geven in wat verkeerd en zondig was in je leven:

Moge de genade van de heilige Geest mijn hart verlichten opdat ik vrijmoedig mijn zonden zou kunnen belijden en de barmhartigheid van God moge ondervinden”.
Vervolgens besteed je enige tijd aan het onderzoek van je geweten. Je gaat wat je sinds je vorige biecht eventueel verkeerd hebt gedaan; waar je in je levenswandel, in je woord en gedachte, tegen God en zijn geboden hebt gezondigd. Als je niet weet hoe je daaraan moet beginnen, dan kan je eventueel enkele hulpmiddelen hanteren:

  • je kan eventueel een vragenlijst hanteren.
  • je kan de tien geboden gebruiken als gids.
  • het kan ook een hulp zijn om je zondenbelijdenis schriftelijk voor te bereiden.
biecht_08

Het verloop van de biecht.

Het verloop van het sacrament kan je structureren aan de hand van drie ‘kapstokken’: belijdenis, berouw, boete. Ofwel de drie B’s van de Biecht.
Belijdenis

De belijdenis van de zonde tegenover een priester is een wezenlijk onderdeel van de biecht. Berouw is niet voldoende omdat de macht tot vergeving van de zonden gegeven is aan de bedienaren van het sacrament.
De Katechismus van de katholieke kerk zegt:”De boetelingen moeten in de biecht alle doodzonden opsommen waarvan zij zich na een zorgvuldig gewetensonderzoek bewust zijn, zelfs wanneer deze zeer verborgen zijn …

Je moet niet, maar mag, de dagelijkse zonden toevoegen aan je belijdenis. De Kerk vraagt je zonden te belijden naar naam en getal. Dus zeggen dat je gezondigd hebt tegen de naastenliefde is niet genoeg, je moet zeggen op welke manier en hoeveel maal. Maak eventueel gebruik van je schriftelijke voorbereiding.

Het is belangrijk veel zorg te besteden aan de belijdenis van je zonden. De ervaring van de barmhartigheid van de Vader is groter als je met zorg biecht. Spreek tegen de priester als tegen Jezus, de priester zit daar voor je in Zijn persoon.

biecht_05

BerouwDe vergeving van de zonden is een uitzonderlijke daad van liefde vanwege God. Wij, die ons hebben verwijderd van Hem, krijgen de kans om terug te keren naar Zijn liefde. Het moet wél een daad zijn van onszelf uit. Enkel de heilige Geest helpt ons aan te zetten tot berouw.

Berouw is de inwendige pijn omwille de zonde die men bedreven heeft en de afschuw ervan en het voornemen voortaan niet meer te zondigen.

We kunnen meerdere vormen van berouw onderscheiden:

Een eerste vorm – de meest volmaakte – is het berouw uit liefde. D.w.z. het berouw dat voort komt uit de liefde tot God. In het licht van Gods liefde erken ik mijn zonden en wordt ik aangezet tot volmaakt berouw.

“Verdriet uit liefde, omdat Hij goed is, omdat Hij je vriend is, die voor jou Zijn leven gaf. Omdat al het goede dat je hebt van Hem is. Omdat je Hem zo dikwijls beledigd hebt… Omdat Hij je heeft vergeven… Hij!… jou! Huil, mijn kind, huil van verdriet en liefde tegelijk.”
B. Josemaria Escriva, De weg, 436

Er is nog een 2e vorm van berouw: berouw uit vrees. We tonen dan berouw uit vrees voor de rechtvaardige straf die we door onze zonden hebben verdiend. Deze vorm is niet zo volmaakt maar is toch nog steeds gericht op God.
Een 3e vorm van berouw is het berouw uit hoogmoed. Deze vorm is ver van volmaakt omdat ze gericht is op de persoon zelf.

biecht_03
Om uitdrukking te geven aan je berouw kan je eventueel dit gebed gebruiken (de akte van berouw):Heer, mijn God, ik heb echt berouw.
Ik betreur dat ik kwaad heb gedaan
en het goede heb nagelaten.
Door mijn zonden heb ik U beledigd
die mijn hoogste goed zijt, en alle liefde waardig.
Het is mijn vaste voornemen
mij, met de hulp van de genade,
te bekeren, niet meer te zondigen
en te vermijden wat tot zonde kan leiden.
Heer, wees mij genadig omwille van het lijden
van onze Verlosser, Jezus Christus.
Of:
Heer, Jezus Christus, Zoon van de levende God, wees mij, zondaar, genadig.
biecht_06
Boete en penitentieNa je zondebelijdenis en je uiting van berouw kan de priester je in enkele bewoordingen toespreken. Daarin kan hij je troosten en bemoedigen, je raad geven en geestelijke steun verlenen.
De priester zal je ook een penitentie opleggen. Door het doen van boete zetten we een eerste stap terug op de goede weg. Voer de penitentie zo snel mogelijk uit. Dit kan een gebed zijn of een bepaalde handeling, dat hangt een beetje van de situatie af.Het ontvangen van het sacrament van de verzoening wordt afgerond met de zending:

biecht_01

Uw zonden zijn u vergeven,
ga in vrede
en de vreugde van de Heer.

De vruchten van het sacrament van de verzoening.

Welke zijn de uitwerkingen van het sacrament van de verzoening?

  • de verzoening met God waardoor we terug de genade terugkrijgen;
  • de verzoening met de kerk;
  • de kwijtschelding van de eeuwige straffen opgelopen door de doodzonden;
  • vrede en rust van het geweten en geestelijke troost;
  • groei van de geestelijke krachten voor de christelijke strijd.

De individuele en volledige biecht van de zware zonden is de enige manier om zich met God en Zijn kerk te verzoenen.

biecht_04