Het sacrament van de doop

Het sacrament van het DOOPSEL

Het Doopsel behoort samen met het Vormsel en de Eucharistie tot de initiatiesacramenten van de Katholiek Kerk. Zij worden initiatiesacramenten genoemd omdat zij de grondslag leggen van het christelijk leven:

  • in het Doopsel worden de gelovigen herboren tot nieuw leven
  • in het Vormsel worden de gelovigen gesterkt door de H. Geest
  • in de Eucharistie worden de gelovigen gevoed met het brood van het eeuwige leven
vormsel_LR_01
Deze drie sacramenten worden onderscheiden van de sacramenten van genezing (biechtverzoening en ziekenzalving) en de sacramenten die te dienste staan van de geloofsgemeenschap (wijding en huwelijk).
doopsel_LR (04)
Om deze catechese over het sacrament van de Doopsel beter te kunnen begrijpen is het nuttig eerst de inleidende catechese over de sacramenten te lezen.
eucharistie_04

De ritus van het doopsel.

Toen je zelf gedoopt werd was je normaal gesproken nog een baby en misschien heb je sindsdien ook geen doopsel meer bijgewoond. Hoe verloopt het doopsel nu? Laten we de belangrijkste stappen even op een rijtje zetten:

Screenshot_2016-06-04_09-49-34
  • Eerst wordt het kind ontvangen door de kerkgemeenschap. Daarbij ontvangt het kind zij of haar naam, spreken de ouders en doopouders (peter en meter) hun engagement uit in de geloofsopvoeding en krijgt het kind een kruisje van de priester, de ouders en doopouders.
  • Daarna volgt de woorddienst. Er wordt geluisterd naar een stukje uit de H. Schrift en de homilie. Er wordt een gebed uitgesproken om het kind te vrijwaren van de machten van het kwaad en er is een handoplegging.
  • Dan vindt de eigenlijke doopviering plaats, te beginnen met de aanroeping van de H. Geest over het doopwater. Ouders en doopouders spreken plechtig hun geloog uit, mede in naam van het kind, en aansluitend wordt het hoofdje van het kind driemaal overgoten met doopwater en zo gedoopt in de Naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest.
  • Enkel aanvullende riten worden aan het doopsel toegevoegd. Zo is er de zalving met chrisma, de gave van het witte doopskleedje, de overreiking van de doopkaars en het effetagebed over ogen en oren.
  • Tot slot wordt de doopplechtigheid afgerond met het Onze Vader, de zegen en eventueel ook de toewijding aan Maria.
doopsel_LR (14b) doopsel_LR (13) doopsel_LR (12b)
De doopselritus is dus een zeer gevarieerd gebeuren waarin vele verschillende handelingen worden gesteld die elk hun zin en betekenis hebben. Bij deze handelingen worden symbolen gebruikt die elk een diepere betekenis hebben: water, zalf, licht. Deze handelingen worden verder ook begeleid door het gebed van de priester en de aanwezige kerkgemeenschap.
doopsel_LR (11) doopsel_LR (10)

De vruchten van het doopsel.

In de inleidende catechese over de sacramenten werd gezegd hoe elk sacrament vanwege God een bijzonder geschenk, een genade, verleent.

Wat is nu de genade, het Godsgeschenk, dat wij in het doopsel hebben ontvangen. Zoals alle goede dingen bestaat die uit drie:

  • De vergeving van de zonden. Het doopwater waarmee het hoofd wordt overgoten is als een reinigingsbad waarin de gelovige gezuiverd wordt van alle zonden die op hem rusten. Dat zijn zowel alle persoonlijke zonden waarvoor hij verantwoordelijk is in zijn leven, als de erfzonde waarmee hij vanaf de geboorte belast is en die sinds de zondeval van Adam en Eva van mens tot mens, van generatie op generatie, wordt doorgegeven.
  • Een nieuwe schepping en een nieuwe geboorte. Het doopsel zuivert niet alleen, het maakt van elke gedoopte ook een nieuwe schepping. Gestorven aan de zonder verrijst hij uit het water tot nieuw leven. De gedoopte wordt zo als het ware herboren en aangenomen als een kind van God.

Lidmaat van de Kerk. Door het doopsel worden wij tot ledematen gemaakt van het éne Lichaam van Christus. Wij worden ingelijfd in de Kerk.  Als gevolg daarvan behoort de gedoopte niet meer aan zichzelf toe, maar aan Christus. Hieruit vloeit een zending voort: hij of zij is geroepen om de andere in liefde te dienen.

doop_jordaan_LR (04)

Een onuitwisbaar merkteken.

Je hoort wel eens zeggen dat gedoopte christenen die ongelovig zijn geworden of zich tegen de Kerk gekeerd hebben gevraagd hebben om zich te laten ‘ont-dopen’. Dat gaat echter niet, want het doopsel wordt een en voor altijd gegeven en kan niet herhaald noch ongedaan gemaakt worden. Het doopsel tekent de gelovige met een onuitwisbaar geestelijk merkteken. Dit ‘watermerk’ van het doopsel, dit ‘brandmerk’ van de H. Geest,is zelfs door geen enkele zonde meer uit te wissen.

Driemaal ‘JA’ en één keer ‘NEE’.

  • Het ‘JA’ van God. De dopeling wordt aangenomen als kind van God en de geschonken genade wordt door Hem niet meer teruggenomen.
  • Het ‘JA’ van de gelovige gemeenschap. De hele gemeenschap belijdt voor en met de dopeling haar geloof: ‘Ja, wij geloven in dezelfde Vader, dezelfde Zoon en dezelfde Geest.’ Meer in het bijzonder wordt dit gelovig ‘Ja’ uitgesproken door de ouders, de peter en de meter: zij verklaren zij bereid ‘om zich in te zetten dit kind op te voeden in het geloof, het te leren leven naar Gods geboden, en het te leren God en de naaste lief te hebben zoals Christus dat ons geleerd heeft.’ Het geloof van het kind moet groeien dank zij de ondersteuning van de ouders en de doopouders.
  • Het ‘JA’ van de dopeling. De volwassen dopeling spreekt het geloof uit dat hij deelt met de gehele kerkgemeenschap. ‘Ja, ik wil mij voortaan binden aan God en aan zijn Kerk.’ In het geval van een kinderdoop zijn het de ouders die in naam van het kind spreken.
  • Het ‘NEE’ van de dopeling. Het krachtig ‘Ja’ van de dopeling is meteen ook een krachtig ‘Nee’ aan het oude leven. Zich bekeren tot God is immers ook zich afkeren van zonde en onrecht, van de machten van het kwaad.

Is het doopsel noodzakelijk?

Het doopsel is zeer belangrijk en, ja, zelfs noodzakelijk om het heil te verwerven dat Jezus voor ons bereid heeft.

Ten minste, toch noodzakelijk voor allen die Christus kennen, aan wie het Evangelie is verkondigd en die de mogelijkheid hebben het doopsel te ontvangen.

Je zou het zo kunnen voorstellen: Jezus is een locomotief waaraan wij (door ons doospel) de wagon van ons leven kunnen vasthaken. Zo zal Jezus ons leven binnenvoeren in het leven bij God, in het eeuwige leven.

kruis_LR (02)

Waarom kinderen dopen?

Als het doopsel een zuiverend bad is dat ons reinigt van al onze zonden, is het dan wel nodig om een kind te dopen? Een kind is immers onschuldig. Het heeft een zuivere ziel, zegt men dan, en kan toch nog geen kwade dingen hebben gedaan en allerlei zonden op zijn of haar kerfstok hebben.
Zoals hierboven gezegd reinigt het doopsel van persoonlijke zonden. Die kan een pasgeboren baby inderdaad nog niet hebben. Maar daarnaast is het doopsel ook een reiniging van de erfzonde.Dat is een zonde die men wel ‘oploop’ maar niet ‘begaat’. Elke mens die geboren wordt deelt in de erfzonde. Je ‘erft’ het als het ware van de ouders.  Het zit bij wijze van spreken ‘in de genen’.

Wat is erfzonde dan? Het is de teloorgang van de oorspronkelijke heiligheid die de mens bezat aan het begin van de menselijke
geschiedenis, toen hij geschapen werd naar Gods beeld en gelijkenis.
Maar door de zonde van ongehoorzaamheid van Adam en Eva, is deze teloorgegaan. Sindsdien leeft in elke mens de mogelijkheid, ja zelfs de neiging om steeds weer opnieuw te zondigen. Maar laat ons duidelijk zijn: het gaat niet om een persoonlijke schuld, maar om een erfschuld waarin iedereen deelt, ook het pasgeboren kind.

Maar na ons doopsel blijft de mogelijkheid om te zondigen toch bestaan? Het doopsel neemt dat toch niet weg? Ja, dat klopt. Zolang wij in deze wereld zijn blijft de gelovige, ook na zijn doopsel, onderhevig aan de tijdelijke gevolgen van de erfzonde: lijden, dood, ziekte, de zwakheden van ons bestaan en ook de neiging om in zonde te vervallen. Maar juist dat maakt het mogelijk om uit vrije wil voor Jezus te kiezen tot wij eens van al deze nare gevolgen bevrijdt zullen zijn in het eeuwige leven waar alles en allen in God zal zijn.

zonde_02

Gij weet toch, dat de doop, waardoor wij één zijn geworden met Christus Jezus,
ons heeft doen delen in zijn dood?
Door zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij,
zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt,
een nieuw leven zouden leven.
Zijn wij één met Hem geworden door het beeld van zijn dood,
dan moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding.
(Brief aan de Romeinen 6,3-5).