De werken van barmhartigheid: de lichamelijke werken

Barmhartigheid: vrucht van de liefde..

De vruchten van de liefde zijn vreugde, vrede en BARMHARTIGHEID“, zo lezen we in de Catechismus van de Katholiek Kerk (nr. 1829).
We hebben allemaal wel al eens gehoord van barmhartigheid en we weten allemaal wel min of meer wat het betekent, maar als we het aan een ander moeten uitleggen, of zelf een definitie moeten geven, dan staan we al snel met een mond vol tanden.
De “hartigheid” zal voor de meesten wel evident zijn, maar de “barm” van “barmhartigheid” vinden we terug in het woordje erbarmen. Je erbarmen of ontfermen over iemand, betekend dat we niet koud en onverschillig zijn ten aanzien van hun concrete nood of noden. Barmhartigheid is echter meer dan alleen maar compassie hebben met iemand, want je kunt niet barmhartig zijn zonder de bereidheid om de ander ook echt te willen helpen !!!

hhart_10
Zo waren de priester en de leviet uit de parabel van de Samaritaan (Lucas 10,25-37) onbarmhartig, want ze liepen zomaar aan een man voorbij die heel concreet hun hulp nodig had. De Samaritaan had echter wel medelijden, maar dat is NIET de reden dat hij de barmhartige Samaritaan wordt genoemd. Hij wordt de barmhartige Samaritaan genoemd, omdat hij ook echt uit liefde iets aan het leed van die man heeft gedaan.

Sint Thomas van Aquino gaat zelfs zo ver om te zeggen dat echte barmhartigheid SPONTAAN voortkomt uit de liefde.
Onze motivatie mag dus niet puur menselijk zijn of alleen maar uit compassie bestaan, maar moet spontaan zijn en voortvloeien uit onze liefde voor God en onze naasten. Jezus zegt dan ook: “…al wat gij gedaan hebt voor één van deze geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan” (Matteüs 25,4).

“De werken van barmhartigheid zijn dus daden van naastenliefde, waardoor we de medemens te hulp komen in zijn lichamelijke en geestelijke noden” (CKK 2447).
De werken van barmhartigheid laten zich dus groeperen in twee categorieën: lichamelijke en geestelijke werken van barmhartigheid.

In de Rooms Katholieke Kerk tellen we meestal zeven werken van lichamelijke barmhartigheid. We overlopen ze even in deze catechese:

barmhartigheid

1. Hulp bieden aan wie honger heeft ..

“Is vasten niet: …uw brood delen met wie honger heeft?” (Jes. 58,7)
“Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven” (Matteüs 25,35) —
“Als uw vijand honger heeft, geef hem te eten!” (Romeinen 12,20)

Het eerste werk van barmhartigheid is dus: je voedsel delen met wie honger heeft.

Het is echter niet voldoende dat we alleen maar vast voedsel geven, want vele mensen hebben ook een enorme honger naar geestelijk voedsel. De Blijde Boodschap van Jezus en Zijn Liefde verkondigen zijn dus ook werken van barmhartigheid. Help anderen dus om te ontdekken dat hun geestelijke honger alleen gestild kan worden wanneer we Jezus in de Heilige Communie ontvangen en met Hem, in Hem en door Hem gaan leven

werken_barmhartigheid_01

2. Hulp bieden aan wie dorst heeft ...

“Als uw vijand… dorst heeft, geef hem dan water om te drinken”
(Spreuken 25,20 en Romeinen 12,20).
“Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven” (Matteüs 25:35).

Aansluitend bij het vorige werk luidt het tweede werk: geeft te drinken aan wie dorst heeft.Ook hier volstaat het niet om alleen maar dorst te lessen. Jezus zegt: “Iedereen die van dit water drinkt krijgt weer dorst, maar wie van het water drinkt dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer” (Johannes 4,13). Help anderen dus ook om uit de eeuwige bronnen van Gods Woord te leren drinken en zorg dat je zelf ook daar je dorst lest

3. Hulp bieden aan wie behoeftig is (de naakten kleden) …

“Is vasten niet dit: …een naakte kleden die gij ziet?” (Jesaja 58,7)
“Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed” (Matteüs 25,36)
“God houdt van een blijmoedige gever” (2 Korintiërs 9,7)

Door onze zonden staan we allemaal naakt en behoeftig voor God, want iedereen maakt fouten en volmaakte mensen die nooit kwetsen bestaan gewoon niet. Alleen God kan onze naaktheid weer bedekken door Zijn mateloze Barmhartigheid en door Zijn verlangen om ons spontaan vanuit Zijn Liefde te helpen. Zijn we echter ook bereid om Zijn Liefde en vergeving te aanvaarden?

werken_barmhartigheid_03

4. Hulp bieden aan wie dorst heeft ..

“Is vasten niet dit: …arme zwervers opnemen in uw huis?” (Jes. 58,7) “Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen” (Matteüs 25,35) “Vergeet de gastvrijheid niet.” (Hebreeën 13,2).

We zijn allemaal vreemdelingen op aarde, totdat we thuiskomen bij de Vader. Laat ons dus even gastvrij zijn als de Vader voor hen die geen thuis hebben.Op aarde betekent het grootste paleis echter niets, als het huis van je ziel leeg is en als God en zijn Liefde daar niet wonen. Nodig Jezus dus uit om aan te kloppen op de deur van je hart, want er staat geschreven: “Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan…” (Lucas 11,9).

werken_barmhartigheid_04

5. Hulp bieden aan wie gevangen zit ..

Gevangenen bezoeken en troosten is een christelijke plicht. Aan velen die in een uitzichtloze situatie zitten laten we zo een gelaat van mededogen zien. We moeten echter ook bedenken dat echte vrijheid niets te maken heeft met muren en tralies.

“Is vasten niet dit: …arme zwervers opnemen in uw huis?” (Jes. 58,7) “Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen” (Matteüs 25,35) “Vergeet de gastvrijheid niet.” (Hebreeën 13,2).

De zonde maakt ons allemaal tot gevangen en verslaafden. De leegte wordt alleen maar erger om te dragen, wanneer we gevangen zijn in zelfzucht en genotzucht. Gelukkig wil Jezus ons leed en onze zondigheid meedragen. Door te biechten kunnen we echt bevrijd worden van de ketenen van onze zonden, om daarna in echte vrijheid met een schone lei te beginnen. Help dus anderen om die ware vrijheid te vinden en zorg dat je zelf ook van de vreugde van die bevrijding kunt getuigen.

werken_barmhartigheid_05

6. Hulp bieden aan wie ziek is ..

Als je een zieke bezoekt en twee minuten lang op tien meter afstand blijft staan, omdat je bang bent om zelf ziek te worden, dan heb je nauwelijks een werk van barmhartigheid gedaan. Help en troost de zieken dus ook naar je beste vermogens en wees dankbaar wanneer je als zieke zelf barmhartigheid mag ondervinden.

Ik zal het gewonde verbinden en het zieke sterken”
(Ezechiël 34,15-16)
“ik was ziek en gij hebt Mij bezocht” (Matteüs 25,36)
“Oondersteun de zwakken” (1 Thessalonicenzen 5,14).

werken_barmhartigheid_06

7. Hulp bieden aan wie overleden is

Het is goed om alle overleden (ook als ze geen geliefden zijn) goed en waardig te begraven. Bovendien is het goed om voor de overledenen te bidden, vooral voor diegenen waar niemand voor bidt. Alle leven komt van God en blijft dus eeuwig bestaan (evenals haar eeuwige bron). Het zal dus een grote troost zijn voor de overleden om te bidden voor hun rust en dat ze spoedig, door Gods genade, in Zijn eeuwige vreugde mogen binnentreden.

“Hij zei: Ik ben hier maar een vreemdeling; daarom vraag ik u: Geef mij een eigen begraafplaats” (Genesis 23,4)
“Zij heeft mijn lichaam op voorhand gezalfd met oog op mijn begrafenis” (Marcus 14,8)
“Vrome mannen begroeven Stefanus” (Handelingen 8,2)

werken_barmhartigheid_07
werken_barmhartigheid_08
Ten slotte nog een aanmoediging voor al uw werken van barmhartigheid (en hopelijk mogen het er vele zijn of worden): “Kinderen, wij moeten niet liefhebben met woorden en leuzen, maar met concrete daden” (1 Johannes 3,18). Laat ons dus zelf leven vanuit Gods Barmhartigheid, om zo ook barmhartig te worden voor anderen. In Christus Naam. Amen.