De Geloofsbelijdenis: Die opgestegen is ten hemel, zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader.

Het jaar 2013 werd uitgeroepen tot het “Jaar van het Geloof”. Daarmee wil paus Benedictus de gelovigen uitnodigen tot een verdieping van de kennis van hun geloof en tegelijkertijd ook een impuls geven aan de evangelisatie van Europa. Met Jongerlo willen we ons steentje bijdragen en elke maand een bijdrage leveren over een artikel van onze geloofsbelijdenis. Twaalf maanden = twaalf artikelen.

De Hemelvaart.

Dit geloofsartikel doet ons meteen denken aan de feestdag van Onze-Heer-Hemelvaart, veertig dagen na Pasen. Van ouds vierden de christenen de Hemelvaart des Heren, naar het Schriftwoord:

“Hij verscheen hun gedurende veertig dagen en sprak met hen over het Rijk Gods” (Hnd 1,3).

Met Jezus’ Hemelvaart eindigt de periode waarin Hij z’n leerlingen onderrichtte over Gods Koninkrijk, met hen at en dronk.

Bij de evangelist Lucas zien we hoe belangrijk de hemelvaart wel is. Hij eindigt ermee in z’n evangelie (Lc. 24, 50-53), en tegelijk is dit feit het begin van zijn ander geschrift: de Handelingen van de Apostelen. Hierdoor benadrukt Sint-Lucas dat dit gebeuren als de schakel is die Jezus’ aardse leven en dat van de Kerk met elkaar verbindt.

Bovendien vermeldt deze evangelist ook de wolk die Jezus onttrekt aan het zicht van Zijn leerlingen, die daar gebleven waren om Christus te schouwen die zich tot God verhief.

Dan komen twee mannen in witte gewaden tussenbeide, die hen zeggen niet naar de hemel te blijven kijken maar hun leven en getuigenis te voeden met de zekerheid dat Jezus op dezelfde manier zal terugkeren als ze Hem naar de hemel zagen opstijgen.

Juist vanuit de contemplatie van Christus’ heerschappij, ontvangen wij van Hem de kracht om het Evangelie uit te dragen en er in ons leven van elke dag van te getuigen: schouwen en handelen, “werk en bid” zoals de heilige Benedictus leert, het ene en het andere zijn in ons christenleven nodig.

hemelvaart (100) LR

De Verhoging.

Op Goede Vrijdag zien we ook al een verheffing: Jezus wordt aan het kruis verhoogd, als beeld van de aankondiging en de verheffing met Hemelvaart.

Vanaf dan leeft Jezus in Gods heerlijkheid, waar Hij als Zoon zetelt aan Gods rechterhand.

Zetelen aan de rechterhand van de Vader wil zeggen dat Jezus voortaan onze voorspreker is bij de Vader. “Daarom is Hij in staat, om hen die door zijn tussenkomst God naderen voor altijd te redden, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten”(Hebr.7,25). Zo oefent Christus vanaf de Hemelvaart zijn Priesterschap uit. De Hebreeënbrief noemt Christus “de hogepriester van het komende heil” (Hebr. 9,11).

Jesus Christ mosaic in the apse, Cappella Palatina, Palazzo dei Normanni, Palermo, Sicily, Italy

Het Rijk Gods.

Wanneer Jezus eens aan z’n leerlingen verschijnt in de tijd tussen Pasen en Hemelvaart vragen de leerlingen aan Hem: “Heer, gaat Gij in deze tijd het koninkrijk herstellen?”

In het Grieks wordt voor ‘herstellen’ een militaire term gebruikt. De leerlingen denken dat Jezus manschappen rondom zich zal verzamelen om dan nu een aards koninkrijk te vestigen.

Maar ze hadden het mis. Jezus’ antwoord: “Gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, Samaria en tot het uiteinde der aarde” (vgl. Hnd. 1, 6-9).

hemelvaart (101b) LR

Getuigen.

Jezus’ hemelvaart en zetelen aan Gods rechterhand houdt dus ook een roeping in voor z’n leerlingen. Hoewel Hij vanaf de hemelvaart niet meer zichtbaar in hun midden aanwezig is, betekent dit geen afwezigheid. Voortaan is Jezus op een nieuwe manier. Hij is niet meer op een bepaalde plaats in de wereld zoals voor de hemelvaart; nu is Hij in Gods heerschappij, overal en altijd aanwezig, ieder van ons nabij.

Wij, z’n leerlingen, zijn geroepen op getuigen te zijn God. Dat vereist een dagelijkse trouw, offers, wijziging van onze plannen. Niet zonder reden vond Jezus’ Hemelvaart plaats op de Olijfberg in Jeruzalem, vlakbij de plaats waar Hij zich terugtrok om te bidden, na het Laatste Avondmaal en voor zijn arrestatie. Dat was de plaats waar Hij in gebed tot de Vader om een diepe eenheid had gebeden, vlak voor z’n lijden en kruisiging. Dit toont ons dat het gebed ons de genade geeft trouw te blijven om naar Gods plan te leven. Zo zijn wij als gelovigen nooit alleen. Paus Franciscus verwoordde het als volgt in z’n homilie bij Hemelvaart (2013):

pp franciscus (102) LR

“Wij zijn nooit alleen: de gekruisigde en verrezen Heer leidt ons; talrijke broeders en zusters zijn met ons, verborgen in de stilte, in hun gezins- en beroepsleven, te midden van hun problemen en moeilijkheden, vreugden en hoop, beleven zij elke dag hun geloof en brengen met ons de heerschappij van Gods liefde in de wereld, in de verrezen Jezus Christus, ten hemel opgestegen, onze advocaat.”