Verrijzenis of reïncarnatie?

Over het leven bestaan er vele visies en opvattingen. Sommige zijn zeer persoonlijk samengesteld. ‘Ieder zijn gedacht’.
In deze catechese wil Jongerlo het katholieke antwoord formuleren op vragen als: Hoe zit het met mijn lichaam bij de dood?
Leef ik op aarde maar één keer of leef ik op aarde verschillende keren en steeds weer anders? Kort gezegd: het gaat over het vraagstuk ‘verrijzenis of reïncarnatie?’

verschijning (02)

Een kernelement van ons geloof.

Over het thema van het leven na de dood is in de katholieke Kerk veel te zeggen. Voor ons thema beperken we ons echter tot de vraag of wij mensen hier op aarde slechts één keer leven of na de dood steeds terugkeren en steeds weer anders?

verrijzenis (01)

De Bijbel geeft ons al het antwoord op deze vraag: Het is het lot van de mens eenmaal te sterven, en daarna komt het oordeel. (Hebreeën 9,27)
In de geloofsbelijdenis bidden wij op zondag: “ik geloof in de verrijzenis van het lichaam en het eeuwig leven.”

Het geloof in de verrijzenis behoort daarom tot de kern van het katholieke geloof. We geloven het omdat het aan Jezus Christus gebeurd is, maar we geloven en bidden dat het ook ooit aan ons mag gebeuren. Christenen leven nu in deze tijd, maar wel met het oog op het hierna: het eeuwig leven. Christenen leven als het ware met de voeten op aarde, maar met het hoofd (en het hart) reeds in de hemel.

Jezus: de eerste die verrezen is.

Bij de evangelisten kunnen we lezen hoe de leerlingen aanvankelijk twijfelden aan het bericht dat Jezus was verrezen. Dat is niet moeilijk! Het graf van hun meester was immers leeg …Grafschennis, dacht men aanvankelijk (Mc 16, 1-8; Lc 24, 1-12; Joh 20,1-18).

Maar nadien verschijnt Jezus ook in hun midden (Lc 24, 13-53; Joh 20,19-31). En toen geloofden ze dat Jezus leeft!

Jezus’ verrijzenis is geen beeld om aan te tonen dat Hij verder leeft in de herinnering van zijn leerlingen, neen. Het is ook niet een beeld om te zeggen dat de ziel van Jezus nu in de hemel is en zijn lichaam hier nog ergens op aarde is, ook dat niet.

Wel was de verrijzenis van Jezus voor de eerste christenen iets heel concreet en reëel.

verrijzenis (03) lege_graf
Namelijk, dat Jezus nu in de hemel is bij God de Vader met zijn hele lichaam, zijn geest, zijn ziel, zijn hele persoon. Daarover getuigt het Nieuwe TestamentToen Jezus aan zijn leerlingen verscheen na zijn dood, deed Hij dat in een lichamelijke gestalte. Zo schrijft het Evangelied dat de leerlingen Hem herkenden aan de kruiswonden (Joh 20, 27).
Maar het lichaam van Jezus was tegelijk ook weer heel anders dan een aards lichaam. Zijn nieuwe lichaam was een voltooid of een ‘verheerlijkt’ lichaam. Het had niet meer de aardse beperktheden die wij allemaal kennen.

Het was dus echt het lichaam waarmee Hij aan het kruis had gehangen, maar tegelijk kon Jezus door dichte deuren heen bij zijn leerlingen komen. Het was dus niet meer aan tijd en ruimte gebonden zoals ons ‘normale’ aardse lichaam.

verschijning (01)

De verrijzenis gebeurt ook aan ons.

De verrijzenis van het lichaam heeft ook betrekking op ons zelf. Paulus schreef het al aan de christenen van Rome: “als de Geest van Hem die Jezus van de doden heeft opgewekt, in u woont, zal Hij die Christus Jezus van de doden heeft doen opstaan, ook uw sterfelijk lichaam eenmaal levend maken door de kracht van zijn Geest, die in u verblijft” (Rom 8,11).

Als God de mens met lichaam, geest en ziel geschapen heeft naar zijn Beeld en Gelijkenis, dan mogen wij ook aannemen dat God voor de gehele mens een bestemming bereid heeft.

Als Schepper en als laatste instantie neemt God ons leven heel serieus: geheel ons mens-zijn, inclusief onze lichamelijkheid.

Jezus droeg na zijn verrijzenis uit de dood de tekenen van zijn marteling nog steeds in zijn lichaam. De kruisdood werd niet als onbelangrijk afgedaan.

Maar Jezus werd er ook niet meer door gekweld: zijn lijden was door Gods liefde tot iets heel nieuws getransformeerd. ‘Verheerlijking’ noemen we dat. Zo zal dat ook met ons zijn, als wij in Gods liefde leven en sterven.

verrijzenis (04)

Reïncarnatie.

Reïncarnatie kan niet verzoend worden met het geloof in de verrijzenis. Reïncarnatie neemt het lichaam in feite niet ernstig. Want het lichaam wordt er opgevat als was het een tijdelijk voertuig voor je ziel, dat je kan verlaten om er nadien een ander te nemen.

Zo’n opvatting is erg dualistisch en staat haaks op het Bijbelse beeld van de mens. In de christelijke traditie is de mens: lichaam, ziel, verstand. De mens heeft geen lichaam, hij IS een lichaam. Wanneer je ziek te bed ligt zeg je toch niet: “mijn lichaam heeft een ziekte”, maar wel “ik ben ziek”

Je lichaam en je geest vormen één geheel als mens. Ze beïnvloeden elkaar wederzijds. Als je iemand graag ziet (is iets van je geest) die je al lang niet meer hebt gezien dan vlieg je hem of haar toch om de nek! Je lichaam spreekt dan voor je geest. Omgekeerd kan het ook. Het menselijk lichaam is dus geen omhulsel dat je zomaar kan afstoten zoals een nieuwe vlinder met zijn cocon doet.
Reïncarnatie en verrijzenis kunnen ook logisch gezien niet samengaan. Als onze ziel in verschillende lichamen zou zijn geweest, zouden we met een hele serie lichamen moeten verrijzen.

Misschien kan iemand hier met veel redeneringen nog wel een mouw aan passen, maar dan moeten we toch verwijzen naar wat Jezus tegen de Sadduceeën zei. Die probeerden zijn verkondiging van de opstanding der doden belachelijk te maken met een kunstig verhaaltje over een vrouw die achtereezeven mannen had gehad. Zei stelde Jezus daarop de vraag: “Van wie van hen is zij bij de verrijzenis nu de vrouw?”. Jezus zei: “U zit op een dwaalspoor, omdat jullie de Schriften niet kennen en evenmin de macht van God…” (Lc 20, 27-39).

reincarnatie (01)

Conclusie: Heilig omgaan met je lichaam.

God neemt het lichaam van een mens heel ernstig. Na de dood treedt er dus geen reïncarnatie op.

De mensen zullen met hun eigen lichaam verrijzen dat zij nu hebben. Dat lichaam zal echter veranderd worden in een verheerlijkt lichaam, zo stelt de Catechismus van de Katholieke Kerk (CKK 999).

De Kerk is daarmee trouw aan wat Jezus verkondigde en aan wat Hij liet zien door zijn verrijzenis. De Kerk staat ook geheel in lijn met de Bijbel: reïncarnatie komt in de Bijbel niet voor.

We kunnen nu concluderen dat reïncarnatie niet thuis hoort in het christelijk geloof. De eerbied waarmee een overledene in de Kerk wordt omringd drukt dit uit.

Het dode lichaam van een overledene wordt bewierookt bij de uitvaart uit eerbied omdat zijn lichaam een tempel was van God.

De visie op het menselijk lichaam nodigt ons uit om met je lichaam ‘ja’ te zeggen aan de liefde van God en het niet te gebruiken voor egoïsme en zonde.

Sint-Paulus riep de Korintiërs al op “Eert dan God met uw lichaam” (1Kor 6,20). Wat een perspectief voor ons! Wij kunnen dus God verheerlijken door de manier waarop wij respect hebben voor de grootsheid van ons eigen lichaam.

verrijzenis (05)