Gods engelen

Wie of wat zijn engelen?

Het woord ‘engel’ stamt af van het Latijnse angelus, wat zelf afgeleid is van het Grieks ángelos, wat allebei ‘boodschapper’ betekent. Ook het Hebreeuwse woord mal’ach betekent ‘boodschapper’.
Een goede omschrijving van wie de engelen zijn lezen we in het Compendium van de Katechismus van de Katholieke Kerk:
De engelen zijn louter geestelijke schepselen, niet lichamelijk, onzichtbare, onsterfelijke, persoonlijke wezens, begiftigd met verstand en wil. Terwijl zij God voortdurend aanschouwen van aangezicht tot aangezicht, verheerlijken zij Hem, dienen zij Hem, en zijn Zij zijn boodschappers bij de vervulling van de heilszending voor alle mensen.

engel_6

Wat doen de engelen?

De engelen hebben verschillende taken. Eén ervan is ondertussen al duidelijk geworden: zij zijn de boodschappers van God. Zij worden uitgezonden om mensen een boodschap te brengen van God of een opdracht te volbrengen in naam van God.

Zij dienen en aanbidden God, dat zijn de Serafijnen en Cherubijnen. Zij dienen ook de mensen; zij beschermen hen en ‘dragen hen op handen’: dat is vooral de taak van de beschermengelen.

Zoals de aartsengel Michaël zijn ook strijders die strijd voeren tegen de kwade geesten.
En in het Oude Testament zijn zij ook uitvoerders van Gods besluiten en oordelen.
Zij zouden zich steeds in Gods nabijheid bevinden, waarbij de serafijnen het dichts staan bij de troon van God.

engel_2
engel_3
engel_1

Het aantal engelen zou astronomisch groot zijn: er wordt in de Bijbel gesproken over tienduizenden maal tienduizenden. Letterlijk genomen zou dit al een aantal van honderd miljoen engelen opleveren. Jezus sprak bij zijn arrestatie in Getsemane over enige legioenen engelen.

Ook zou er een bepaalde rangorde zijn onder de engelen. Dionysius de Areopagiet, die grote invloed had op de volksdevotie, deelde de engelen in rangen in: Engelen, Aartsengelen, Sferen, Krachten, Koninkrijken, Heerschappijen, Tronen, Cherubijnen, Serafijnen.

In deze catechese concentreren we ons enkel op de aartsengelen en de bewaarengelen. De aartsengelen zijn Gabriël, Michaël en Rafaël. We nodigen u uit om kort met hen kennis te maken. Neem gerust je Bijbel en lees met ons mee..

Gabriël.

De engel Gabriël is Gods boodschapper bij uitstek. We zien hem dan ook meermaals optreden in de Bijbel, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament.

In het Oude Testament komen we hem tegen in het boek Daniël. Hoofdstuk 8, vers 15-26 van dit boek verhaalt over een visioen van de profeet Daniël. Daarin verschijnt hem iemand ‘die er uit zag als een man’. Een stem vanuit de verte beveelt Gabriël ervoor te zorgen dat Daniël zijn visioen begrijpt.
In hoofdstuk 9, vers 21, vliegt Gabriël tijdens het gebed van Daniël naar hem toe om uitleg te geven over hoe en wanneer God de zonden van Israël zal vergeven.

In het Nieuwe Testament komt Gabriël ook tweemaal voor, in het evangelie volgens Lucas.
In hoofdstuk 1, vers 11-20, lezen we de aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper. Zacharias vraagt of hij wel zeker kan zijn van deze aanstaande geboorte. De engel antwoordt: “Ik ben Gabriël die voor Gods aanschijn staat, en ik ben gezonden om om u te spreken en u deze blijde boodschap aan te kondigen …”De voor ons, christenen, belangrijkste rol van de engel Gabriël is zijn in hoofdstuk 1, vers 26-38 van hetzelfde evangelie volgens Lucas, beschreven aankondiging aan Maria van haar aanstaande maagdelijke zwangerschap
en de geboorte van Jezus ‘die de Zoon van de Allerhoogste’ zal worden genoemd. De christelijke terminologie voor deze aankondiging is ‘Annunciatie’ of ‘Aankondiging aan Maria’.

Het eerste deel van het Weesgegroet is gebaseerd op de woorden die Gabriël toen tot Maria gesproken heeft:

engel_gabriel_2

Wees gegroet Maria,
vol van genade,
de Heer is met u.
Gezegend zijt gij
boven alle vrouwen,
en gezegend is de vrucht van uw lichaam, Jezus.

engel_gabriel_1

Rafaël.

Rafaël is een Hebreeuws woord dat ‘God heeft genezen’ betekent. Hij komt alleen voor in het boek Tobit (hoofdstuk 5 en verder). Daar vergezelt hij de jonge Tobias, zoon van Tobit, op zijn gevaarlijke reizen. Dankzij Rafaël slaagt Tobias er ook in om zijn vrouw Sara en ook zijn vader Tobit, die blind geworden was, weer kan genezen. Pas helemaal op het einde van deze wonderlijke gebeurtenissen maakt Rafaël zijn ware identiteit bekend.

Dit zijn enkele van zijn woorden:
“Toen u bad, u en uw schoondochter Sara, heb ik uw gebed onder de aandacht van de Heilige gebracht. Ik was het ook die, toen u de doden begroef, u nabij was. Ook toen u zonder dralen opstond en uw maaltijd liet staan om een dode te begraven, is doe goede daad me niet ontgaan, maar was ik bij u. En daarom heeft God me gezonden om u te genezen, evenals uw schoondochter Sara. Ik en Rafaël, een van de zeven heilige engelen die de gebeden van de heiligen opdragen en toegang hebben tot de heerlijke troon van de Heilige.”

engel_rafael_1

Michaël.

De naam van de aartsengel Michaël komt voor in het Oude Testament. In het boek Daniël, hoofdstuk 10, vers 13, wordt hij beschreven als de voornaamste der vorsten en de beschermer van het vrome Israël. De engel geeft er aan Daniël de kracht die hij nodig heeft om zijn zending verder te zetten.

In het Nieuwe Testament wordt de engel Michaël tweemaal vernoemd. De eerste keer in de brief van Judas, vers 9. Bekender is de passage in de Openbaring van Johannes, hoofdstuk 12, vers 7-12: hier wordt visioen verteld van de strijd tussen Michaël en de draak. Dat verklaard waarom de aartsengel Michaël vaak afgebeeld wordt als een strijden, met het zwaard in de hand en een draak aan zijn voeten.

engel_michael_1
Paus Gregorius I wijdde aan de engel Michaël de Engelenburcht te Rome toe. Dat was omdat de aartsengel tijdens een pestepidemie aan de paus verschenen was. Toen de engel zijn zijn vlammend zwaard in de schede stak hield de pestepidemie op. Deze gebeurtenis wordt gevierd op 8 mei in Rome.

De feestdag van de aartsengelen valt op 29 september.

engel_michael_2

Heilige aartsengel Michaël,
verdedig ons in de strijd,
wees onze bescherming tegen
de boosheid en de listen van de duivel.
Wij smeken ootmoedig
dat God hem zijn macht doet gevoelen.
En Gij, vorst der hemelse legerscharen,
drijf Satan en de andere boze geesten,
die tot verderf van de zielen
over de wereld rondgaan,
door de goddelijke kracht in de hel terug.
Amen.

engel_michael_3

De bewaarengelen.

Vanaf onze geboorte tot onze dood worden wij omringd door de bescherming en de voorspraak van de engelen. Iedere gelovige wordt terzijde gestaan door een engel, zijn bewaarengel, om hem als een behoeder en herder naar hèt leven te leiden.

Pater Pio zag zijn engelbewaarder en sprak met hem. Paus Pius XI en Johannes XXIII gaven hun engelbewaarder boodschappen, anderen geven hem een naam, velen bidden vaak tot hun engelbewaarder.

Heilige engel van God, broeder en vriend, beschermer van mijn lichaam en mijn ziel. Innig bid en smeek ik u: weer van mij alle gevaar en verleiding; ontvlam in mij liefde voor de Heilige Drie-eenheid, die mij aan u toevertrouwde; en leid mij op de weg van het heil tot het eeuwig leven. Amen.

engelbewaarder_2

Een gevallen engel: Satan

Toen Adam en Eva zich door hun zonde van ongehoorzaamheid onttrokken aan de wil van God dan lezen we in het boek Genesis ook hoe zij daartoe aangezet werden door een verleidelijke en bedrieglijke stem, in de gedaante van een slang. De Schrift en de overlevering van de Kerk zien in dit wezen een gevallen engel, Satan of duivel geheten (Joh. 8, 44; Apok. 12, 9).

De Kerk leert dat Satan aanvankelijk een door God geschapen, goede engel is geweest. Maar samen met andere engelen heeft hij tegen God gezondigd (2 Petr. 2, 4). Deze “zondeval” betekent dat deze engelen in vrijheid gekozen hebben tégen God. Zij hebben God en zijn rijk radicaal en onherroepelijk afgewezen. De duivel wil zelf God zijn, zijn macht en zijn plaats innemen. Daarin bestaat zijn zonde.

engel_satan_4

Sindsdien laat de duivel niet af te strijden tegen God en allen die zich tot Christus belijden. De duivel, die “zondigt vanaf het begin” (1 Joh. 3, 8) blijft de mensen voortdurend misleiden; hij blijft een wig drijven tussen God en de mensen, net zoals hij geprobeerd heeft Jezus af te houden van de zending die Hij van de Vader gekregen had (Vgl. Mt. 4, 1-11). “De Zoon van God is juist gekomen om het werk van de duivel ongedaan te maken” (1 Joh. 3, 8). Het werk met de ernstigste gevolgen is de leugenachtige verleiding geweest die de mens ertoe gebracht heeft ongehoorzaam te zijn aan God.

engel_satan_3

De macht van de Satan is echter niet oneindig. Hij is maar een schepsel, machtig op grond van het feit dat hij louter geest is, maar nog altijd een schepsel: hij kan de grondvesting van het rijk van God niet verhinderen. Hoewel Satan in de wereld werkzaam is uit haat jegens God en zijn rijk in Jezus Christus, en zijn handelen zware schade toebrengt – van geestelijke en zelfs indirect van fysieke aard – aan iedere mens afzonderlijk en aan de maatschappij in haar geheel, wordt dit handelen toegelaten door de goddelijke voorzienigheid, die met kracht en met zachte hand de geschiedenis van de mens en de wereld leidt.
Het toelaten door God van het handelen van de duivel is een groot mysterie, maar “wij weten dat God in alles het heil bevordert van die Hem liefhebben” (Rom. 8, 28).

engel_4