De Geloofsbelijdenis: algemene inleiding

Volgende maand, in oktober 2012, gaat in de Kerk het Jaar van het Geloof van start. Het wordt een jaar waarin wij onze geloofsschat beter mogen leren kennen; een jaar waar ons leven en de sacramenten van eucharistie en verzoening weer inniger bij elkaar mogen komen.

Vandaar lijkt het ons passend om in deze catechese op een algemene manier kennis te laten maken met het Credo, onze Geloofsbelijdenis.

credo (111)

Wat zijn geloofsbelijdenissen?

Geloofsbelijdenissen zijn korte formules die uitdrukken in wie en wat de Kerk gelooft. Het wordt ook Credo genoemd. De Kerk geeft hiermee samenvattend aan, al vanaf haar eerste begin, waarin zij gelooft. Zo wordt aan alle gedoopten een gemeenschappelijke geloofstaal aangeboden en aangeleerd. Het is trouwens dé sterkte van een katholiek dat hij overal ter wereld, samen met andere katholieken, hetzelfde gelooft binnen de ene katholieke Kerk, van alle tijden en van alle plaatsen.

De oudste geloofsformules vinden wij terug bij het doopsel in het Nieuwe Testament. De heilige apostel Petrus roept uit: “Maar Heer, naar wie zouden wij gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven” (Joh. 6, 68).

De heilige apostel Thomas belijdt zijn geloof in de Verrezene met de woorden: Mijn Heer en mijn God (Joh. 20,28). Als iemand gedoopt wordt is dat steeds ‘in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest’ (Mt. 28,19).
Sint-Paulus spoort de Kerk van Rome aan met de woorden: “Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God hem uit de dood heeft opgewekt, zult gij worden gered.” (Rom. 10,9)

Deze korte geloofsfomules in de H. Schrift drukken reeds een aantal wezenlijke bouwstenen van ons geloof: de Drie-eenheid, de goddelijkheid van Jezus, zijn verrijzenis en zijn heerschappij, het eeuwig leven ….

credo (107)

De Geloofsbelijdenis van de Apostelen

Naast de vele en vaak persoonlijke geloofsformules zijn er twee geloofsbelijdenissen die het belangrijkst zijn: de geloofsbelijdenis van de apostelen én de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel.

Allereerst is er de de geloofsbelijdenis van de apostelen, ook wel eens “de Twaalf Artikelen van he tgeloof” genoemd.
Het is een geloofsformule die in Rome werden gebruikt bij het doopsel. In de eerste eeuwen van de Kerk werden voornamelijk volwassenen gedoopt. Het gebeurde soms dat hele gezinnen: ouders en kinderen zich tegelijk lieten dopen.
Vooraleer volwassenen het sacrament van het doopsel ontvangen dienden ze op de hoogte te zijn van de inhoud van het christelijke geloof.
Hoewel het de bijnaam ‘Twaalf Artikelen’ kreeg, zien we dat de belijdenis slechts uit drie delen bestaat. In feite is het, naar zijn historische ontwikkeling, niets anders dan een uitgebreide vorm van de doopformulering die Jezus zelf aan zijn leerlingen gaf: “Gaat dus en maakt alle volkeren tot Mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest” (Mt. 28, 19).

credo (100)
De geloofsbelijdenis van de Apostelen gaat als volgt:
Ik geloof:VADER

1. in God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde.<ZOON
2. En in Jezus Christus, Zijn enige Zoon, onze Heer,
3. die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria;
4. die geleden heeft onder Pontius Pilatus, gekruisigd is, gestorven en begraven,
5. die nedergedaald is ter helle, de derde dag verrezen uit de doden;
6. die opgevaren is ten hemel en zit aan de rechterhand van God, Zijn almachtige Vader,
7. vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden.

H. GEEST
8. Ik geloof in de Heilige Geest;
9. de heilige katholieke Kerk; de gemeenschap van de heiligen;
10 de vergiffenis van de zonden;
11 de verrijzenis van het lichaam;
12 het eeuwig leven.
Amen.

De Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel

Deze geloofsbelijdenis kwam tot stand in een tijd dat de goddelijkheid van Jezus en de H. Geest in twijfel getrokken werd (arianisme). De geloofstwisten die daaruit ontstonden leidden er toe dat keizer Constantijn het nodig achtte een vergadering van alle bisschoppen samen te roepen om deze kwestie te bespreken en klaarheid te scheppen.

Deze geloofsbelijdenis mag dus gezien worden als de vrucht van de eerste twee grote Kerkvergaderingen (= Concilies). Het eerste Concilie vond plaats in Nicea in het jaar 325, het tweede ging door in de stad Constantinopel in het jaar 380.

Deze geloofsformulering is tot op de huidige dag gemeenschappelijk voor alle grote kerken van Oost en West.

concilie_chalcedon_LR (01)
Ik geloof:
VADERin één God de almachtige Vader
Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is.

ZOONEn in één Heer, Jezus Christus,
eniggeboren Zoon van God,
vóór alle tijden geboren uit de Vader.
God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God.
Geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader,
en door wie alles geschapen is.
Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald.
Hij heeft het vlees aangenomen door de heilige Geest uit de Maagd Maria
en is mens geworden.
Hij werd voor ons gekruisigd,
Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven
Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften.
Hij is opgevaren ten hemel: zit aan de rechterhand van de Vader.
Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden
en aan zijn rijk komt geen einde.H. GEEST

Ik geloof in de heilige Geest die Heer is en het leven geeft die voortkomt uit de Vader en de Zoon;
HeiligeGEEST
die met de Vader en de Zoon tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt; die gesproken heeft door de profeten. Ik geloof in de ene, heilige, katholieke en apostolische kerk. Ik belijd één doopsel tot vergeving van de zonden. Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven van het komend rijk.

Amen.

Wat leren deze geloofsbelijdenissen ons?

Ten eerste: het geloof is eenvoudig. Wij geloven in God – in God, de oorsprong en het doel van het menselijk leven. In God die zich met de mensen bemoeit, die onze afkomst en onze toekomst is.

Zo is het geloof ook tegelijk hoop, zekerheid, dat wij de toekomst hebben en dat wij niet in het niets weg vallen. En het geloof is liefde, opdat de liefde van God ons aansteken moge.

Dat is het eerste: we geloven eenvoudigweg in God. En dat betekent hoop, dat betekent liefde.

credo (104)

Ten tweede kunnen we vaststellen dat de geloofsbelijdenis geen opsomming van regels is, geen theorie. Oorspronkelijk ligt de geloofsbelijdenis verankerd in het gebeuren van het Doopsel – in een moment van ontmoeting van God en mens. God buigt zich over de mens in het geheim van het Doopsel, Hij komt ons tegemoet en brengt ons zo tot elkaar. Het Doopsel betekent, dat Jezus ons, om het zo te zeggen, als zijn broer of zus en daarmee als kind in de familie van God wil adopteren. Zo maakt God ons daarmee tot één grote familie in de wereldwijde Kerk. Ja, wie gelooft is nooit alleen. God komt ons tegemoet.

Gaan ook wij God tegemoet, dan gaan we naar elkaar toe. Laten we niemand van de kinderen van God alleen, voorzover het in onze macht ligt!

credo (110)

Voor wie is de geloofsbelijdenis bestemd?

Wanneer gedoopten de geloofsbelijdenis uitspreken (belijden) dan zegt ieder persoonlijk: “Ik geloof.” Hiermee zeg men: Ik beken me tot wat WIJ geloven.

Een gemeenschappelijk geloof heeft immers nood aan een gemeenschappelijke geloofstaal die voor allen de normen stelt en die allen verzamelt in het belijden van hetzelfde geloof.

credo (101)
In sommige parochies in Vlaanderen is het misbruik ontstaan dat men een eigen geloofsbelijdenis hebben geschreven. Precies zoals de geloofsbelijdenis van de apostelen of dat van Nicea-Constantinopel moeten parochianen deze teksten hardop meelezen en bidden. Het argument is vaak dat de officiële Credo’s onverstaanbaar zijn. Toch doet elke herschrijving of uitvinding afbreuk aan de volheid van het katholiek geloof wat overal ter wereld hetzelfde is. Heel vaak laten eigen geschreven geloofsbelijdenissen één of meerdere geloofsartikels achterwege: bijvoorbeeld de goddelijke natuur van Jezus Christus, het eeuwig leven, vergeving van zonden of de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk.
Voor de Kerk staat het vast dat de twee geloofsbelijdenissen de norm is van het katholiek geloof. Dit is ons geloof, dat belijden wij. Het is dat wat publiek beleden wordt in elke zondagsmis of bij elk hoogfeest: namelijk het gemeenschappelijk geloof dat van de apostelen komt, wat zij van Jezus ontvingen, van God zelf. De heilige Ireneus van Lyon sprak in deze context dat er geen superieur christendom voor intellectuelen bestaat. Het geloof wat wij belijden is niets anders dan het geloof dat in de de geloofsbelijdenis vervat ligt en dat we van de apostelen ontvingen, wat terug gaat op God zelf. “Indien zij dit geloof aanhangen, dat openlijk door de Apostelen aan hun opvolgers is doorgegeven, dan moeten de christenen zich houden aan wat de Bisschoppen zeggen, moeten zij in het bijzonder acht slaan op het onderricht van de Kerk van Rome, die de voorrang heeft en de oudste is. Deze Kerk heeft, vanwege haar oudheid, de meeste apostoliciteit. Zij ontleent immers haar oorsprong aan de steunpilaren van het apostelcollege, Petrus en Paulus. Met de kerk van Rome moeten alle kerken overeenstemmen en in haar de norm erkennen van de ware apostolische traditie, van het gemeenschappelijke geloof van de Kerk.”
credo (102)

Wanneer bidden wij de Geloofsbelijdenis?

Heel concreet bidt de Kerk tijdens de liturgie de geloofsbelijdenis op zondagen en hoogfeesten. We doen dit al biddend of al zingend, in het Nederlands of het Latijn. Zo drukt de verzamelde geloofsgemeenschap haar katholieke identiteit uit.
In feite herken je gelovigen aan het belijden van hun geloof, zoals Petrus of Thomas deed. De geloofsbelijdenis kunnen we daarom de identiteitskaart van een christen noemen.

We tonen onze identiteit bij uitstek tijdens de heilige Eucharistie op zondagen en hoogdagen. Maar de Kerk spoort iedere gelovige aan dit niet alleen tijdens de eredienst te bidden, maar ook persoonlijk en zelfs dagelijks bij je thuis. Wie de rozenkrans bidt, die begint meestal ook met het bidden van de geloofsbelijdenis.

credo (103)
credo (105))